De Sling en de booghand


UK Flag This article is also available in English

Inleiding

Het is meestal een klein stukje leer, bedoeld om de boog niet op de grond te laten vallen. Het is een eenvoudig, maar onmisbaar accessoire van elke boogschutter: de sling. Helaas wordt dit hulpmiddel te vaak fout gebruikt en haalt men er niet uit wat er in zit.

In dit artikel zal op de verschillende soorten slings en hun gebruik worden ingegaan. Omdat de plaatsing van de booghand hiermee samenhangt, zal hier ook aandacht aan worden besteed.

Slings

Waarom een sling?

Een sling wordt gebruikt om bewust met een ontspannen booghand te kunnen schieten en dus zo de reproduceerbaarheid van het schot te verhogen.

Wanneer je zonder sling schiet, dan hou je de boog vanzelfsprekend vast tijdens én na het schot. De boog zal zo elke keer net weer even anders worden vastgehouden. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om alle spieren elke keer weer op exact dezelfde manier te bewegen. Zoals wel vaker gebeurt, kiest men dan maar de weg van de minste weerstand: gewoon niet vasthouden. De boog kan dan elke keer zijn gang gaan waarbij hand en pols kunnen ontspannen. Deze houding is veel beter te reproduceren. De sling voorkomt hierbij dat de boog uit je hand valt en er al te veel kapot gaat.

Soorten

Er zijn drie uitvoeringen: de polssling, de vingersling en de boogsling. In afbeelding 1 zijn ze weergegeven.

Bij de polssling wordt een koord om de pols en om de boog gewonden. Met een haak wordt het koord vastgemaakt. Het koord is goed op maat te maken.

De vingersling wordt door middel van lussen om duim en wijs- of middelvinger gedragen.

Nadeel is dat het moeilijker is af te stellen. Is deze sling te lang, dan kan men het alleen inkorten door er een knoop in te leggen.

De boogsling is een lus die meestal onder de greep aan de boog wordt bevestigd. De schutter steekt dan de hand onder de lus vòòr het schieten. Deze sling is goed verstelbaar.


Homeartikelen[Next]*