[Home][Previous][Top][Next]*

Welke sling is de beste?

In principe werkt elke sling even goed. Bij normaal gebruik en afstelling zal je boog nooit op de grond vallen. Het verschil zit in de psychologie achter de gebruikte sling. Elke sling heeft bepaalde aspecten die, misschien onbewust, de uitvoering van het schot beïnvloeden. Als de sling je er niet van overtuigt dat de boog vast zit en niet op de grond zal vallen, zul je reageren na het lossen, al vòòr de boog uit je hand springt. De pijl maakt nog steeds contact waardoor de pijlvlucht wordt verstoord.

Boogsling

Omdat de boogsling onder de greep vast zit, zal de boog om dat punt gaan draaien na het schot. Het gevolg is dat de boog eengrote zwaai maakt na het schot. De natuurlijke reactie is de boog zo snel mogelijk vast te pakken, hoewel dit echt niet nodig is.

Omdat de heftige beweging wordt verwacht, gaat men al tijdens het schot de boog vastpakken. Hierdoor wordt de pijlvlucht verstoord. Voor schutters waarbij de onderlat tegen het bovenbeen aan valt, draait de boog veel minder en zal juist gebruik van de sling niet al te veel problemen opleveren. Draait de boog daarentegen voor of achter het lichaam langs, dan is het is zelfs mogelijk dat een stabilisator of een lat in de buurt van het gezicht komt. Probeer dan maar eens niet al tijdens het schot op de draai te reageren.

Het vergt dus nogal wat oefening om deze sling goed te kunnen gebruiken.

Vanwege de grote kans op grijpreacties is dit type sling eigenlijk af te raden. Helaas leveren veel handelaren juist een boogsling bij een nieuwe boog. Het ziet er misschien mooi uit, maar een beginnende schutter doet er veel beter aan deze meteen in te ruilen voor iets anders.

Mocht je deze sling toch willen gebruiken dan mag de lus niet op de hand drukken tijdens het schot. Pas na het schot mag de lus op de bovenkant van de hand drukken.

Polssling

De polssling is een degelijke sling. De schutter heeft hierbij het gevoel dat de boog goed vast zit door het koord om pols en boog en zal daarom niet bang zijn de boog los te laten. Het kan zijn dat de sling soms een beetje te vast aanvoelt, waardoor het schot niet goed lijkt te worden uitgevoerd. Dit is meestal een kwestie van afstellen. Sommige schutters vinden het haakje wat friemelig, dit is meestal een kwestie van wennen.

Vingersling

De vingersling heeft als voordeel dat het een gevoel geeft dat het vrijwel niet het schot beïnvloedt vanwege zijn kleine afmetingen. De boog lijkt 'vrijer' in de hand te bewegen.
Dit is meer suggestie, want de boog zal op precies dezelfde manier uit de hand spring en zoals bij de andere slings wanneer de booghand ontspannen is.

Wat wel een rol kan spelen, is de angst dat de lussen van de vingers zullen glijden. Bij een goed gemaakte en goed zittende vingersling hoeft men hier niet bang voor te zijn. Een goede sling is gemaakt van dun, soepel leer. Is het leer te dik, dan sluiten de lussen niet goed aan op de vingers. Bij slings gemaakt van kunststof is het belangrijk dat de ringen goed om de vingers zitten.

Wanneer men bang is dat de lussen niet goed aansluiten en van de vingers af zullen glijden is de reactie vaak dat men duim en wijsvinger spreidt en de duim nog een beetje omhoog buigt. Hierdoor wordt de hand gespannen en drukt de handpalm op het onderste gedeelte van de greep, waardoor de pijlvlucht nadelig wordt beïnvloed.

Door de eenvoudige uitvoering is het minder 'friemelig' dan de polssling. De vingersling is een uitstekende sling. Wanneer men het gebruik van een sling overweegt, is deze sling aan te raden


[Home][Previous][Top][Next]*